Beterschap

Als vijftiger blijk je er allerlei nieuwe ongemakken bij te krijgen en de mooiste ondervind ik momenteel: slapeloosheid. Als half Nederland ligt te dromen van één lange 130-kilometer-per-uur-A2 zonder flitsers tussen Utrecht en Amsterdam, lig ik nog na te genieten van de invalbeurt van Arek Milik tegen Feyenoord. Tenminste, die schijnt er geweest te zijn. Ik had even met mijn vermoeide ogen zitten knipperen en het was alweer voorbij. En als een hamsterende eekhoorn in de boom achter ons huis een mitrailleursalvo van vallende eikels op het golfplaten dak van het schuurtje van de buren afvuurt, dan word ik daar niet wakker van, ik bén het al. We gaan eraan, dacht ik heel even, zo hard klonk het. Maar verder had niemand het gelukkig gehoord.

Een belangrijk kenmerk van slapeloosheid is dat je er na een tijdje natuurlijk helemaal doorheen zit. Vervolgens ga je opvallend genoeg ruzie maken met de mensen waarop je het meest gesteld bent, omdat die je even niet meer lijken te begrijpen, of die jíj niet meer begrijpt. Zij liggen dan ook zware werkdagen gewoon van zich af te snurken, als jij om 03:30 uur nog ligt te bedenken wat je bij Wordfeud tegen een Nederlandse Canadees nu weer met die altijd lastige Q en Y aanmoet. Woensdagavond heb ik dan ook doodmoe anderhalf uur scheldend en tierend voor de TV gezeten. Feyenoord – Ajax, voor de beker. Toch al zelden een potje om rustig van te worden.

Allereerst vanwege het feit dat Ajax weer eens legio kansen in De Kuip liet liggen. Echt niet normaal. Als je de mogelijkheid krijgt in het stadion van je aartsvijand in je halve rood-witte thuistenue te spelen, moet je dat zeker doen, ik blijf het tóch zeggen hoor. Al was het alleen maar om die oude Kuip door haar eigen losgeslagen hooligans af te laten breken. Nu verschenen we volledig in het groen en dat was het veilige sein voor Feyenoord om tot in de 95ste minuut op die ene treffer te jagen, waar Ajax bezig was alvast na te denken over de aanstaande verlenging.

 

Je zag Veltman denken, terwijl hij door Kuijt duidelijk naar de grond getrokken werd: we gaan lekker verlengen. En dat bleek te kloppen: de vrije trap van Karim El Ahmadi. Zonde. Wat zal Joël’s arme vriendin weer wild om zich heen geslagen hebben, op Twitter. In dit moeizame seizoen heb ik van haar ook al maanden een blockje, terwijl ik het toch altijd goed bedoel. Stand by your man, meisje. Dat doe je goed.

Vervolgens wilde Frank de Boer dus nog onze goedgekapte Pool een verdwaalde bal tegen zijn hoofd laten krijgen, maar dat bleek redelijk onmogelijk, want iets te laat op de avond. En volgens mij heeft Marc Overmars voor dat soort speciale missies ook Johnny Heitinga terug laten komen, niet Milik. Maar gelukkig is de kans op revanche op Feyenoord volgende week zondag al daar en gaan we het nu helemaal goed doen. Wij gunnen Rotterdam écht dranghekken op de Coolsingel in mei, maar dan toch alleen voor die bij elkaar geschreeuwde beker.

 

Inmiddels gaat het alweer ietsje beter met de nachtrust, dank u. Ben nog wel heel vroeg wakker en val dan soms nog een uurtje in een diepe slaap, waarin ik dan dromen droom, die ik daarna kan navertellen. Vaak lijken het ook terugkerende dromen. Zo liep ik vanmorgen om half zes weer eens gezellig babbelend met Louis van Gaal richting de lift van een vrij hoog gebouw. Louis wilde naar de top en ging vol zelfvertrouwen naar de knoppen, maar daar bleek een grijze man al een verdieping gekozen te hebben. Onder begeleiding van de slaapverwekkende liftmuziek, stonden we met zijn drieën zwijgend een beetje naar boven te kijken, daar waar je uiteindelijk toch heen wilt. Op de veertiende verdieping kwam de lift zoemend tot stilstand en de grijze man stapte met een zacht ‘nou de massel hè’ uit. Eigenlijk wilde ik achter hem aan, maar de deuren gingen al dicht.

Binnenkort hoop ik hem opnieuw te dromen, maar dan met een magere hand, die de liftdeuren weer resoluut open duwt. Maar alleen als God het wil.

Ron Schiltmans