Van nature beter

Er gebeurt bij Ajax weer wat om blij van te worden. Na de traditioneel moeizame weken van oktober, gaat het Ajax vanaf begin november qua Eredivisie nogal voor de wind. Er zijn meerdere oorzaken voor te vinden. Elk seizoen krijgt het elftal van Frank de Boer in deze fase zijn vaste(re) samenstelling. Waar onze achterhoede soms nog ietwat wanhopig om zich heen kijkt, zie je vanaf het middenveld en verder naar voren de zekerheden langzaam stevige grond onder de voetbalschoenen krijgen. Het wordt stabieler, maar tegelijkertijd gelukkig ook frivoler, aanvallender en avontuurlijker. Kortom: het wordt weer Ajax.

Ik had in september een simpele doelstelling per wedstrijd: wakker blijven tot in blessuretijd. Iets wat me vorig seizoen niet vaak lukte. En ik moet zeggen, het ging me zondag zeer gemakkelijk af. Ondanks besloten trainingen zagen wij al wat eerder dan De Boer wie er bij Ajax voor de doelpunten zou moeten zorgen. Maar ook de trainer lijkt nu eindelijk om. Je kon er op wachten natuurlijk. Of eigenlijk móesten we er op wachten.

Arek Milik gaat daarom dit seizoen minimaal 25 doelpunten maken en daarna vrees ik dat Overmars alweer heel veel geld voor hem moet vragen. Die loopt binnen twee jaar bij Juventus, Bayern of voor bergen roebels in Rusland, en dat zagen sommige van ons al ver vóór zijn eerste geweldige doelpunt tegen Cambuur. Zijn tweede goal zondag, een afronding van een aanval over veel schijven, ontlokte Frank de Boer zelfs de herhaling van zijn vreugdekreet uit 2011, na het behalen van zijn eerste kampioenschap met Ajax: ‘Wat is dit lékker!’ Maar dat kon toen ook vanwege de knuffel met manager Pers en Communicatie Miel Brinkhuis zijn geweest. Dat heb ik nooit durven vragen. Ik krijg van Miel altijd alleen maar een hand.

Na de simpele 2-4 in Leeuwarden wilde de glimlach niet van mijn gezicht. Stond ik op maandagochtend nog zingend in de file op de A2. Er zijn getuigen. Johan Derksen roept al maanden dat Ajax geen leider heeft, maar er komt er eentje aan hoor, Johan. Eerst was door Overmars gepoogd een leider te kópen. Maar iemand die van zichzelf zegt dat hij een leider is, daar hebben wij dan meteen gezonde twijfels bij. Terecht, zo bleek. Zimling gaat best nog bijzonder nuttig zijn in een lange race naar de Schaal in mei, maar dan alleen als er vlak voor tijd nog wat ballen richting tweede ring moeten, waarmee we de wedstrijd doodmaken bij een krappe voorsprong. Die gaat Ajax niet bij de hand nemen. Te druk met zichzelf.

Maar niet gewanhoopt, want de échte leider komt eraan en niet geheel toevallig uit de eigen opleiding. Hij wordt elke wedstrijd een beetje sterker, slimmer en beter. Hij scoort, geeft assists, ondersteunt, bikkelt en gaat daarmee voorop in de strijd. En hij moet nog 22 worden. Als je op zo’n jonge leeftijd al bewust bezig bent je medespelers beter te laten functioneren, dan gaan we nóg beter op je letten. Vinden we leuk. Zijn voetballende kwaliteiten stonden nooit echt ter discussie, maar een aanvoerder zag ik niet meteen in hem. Ik zag hem dan ook alleen maar in het eerste. Maar sinds afgelopen zondag weet ik het zeker: Davy Klaassen is Ajax’ nieuwe leider. Ik verwacht voor jaren.

Zondagmiddag stond hij in de eerste helft nogal vrij op rechts, op het moment dat El Ghazi voor eigen geluk ging en een doelloos schot loste. Bij het teruglopen kreeg Anwar echter een stevige aai over de bol. Van Klaassen. Die was zijn teleurstelling over de mislukte aanval dus binnen een paar seconden kwijt, en was alweer bezig met het team. Dat zit in zijn natuur. Ik kan erg blij worden van zulke op het oog onbelangrijke details.

Alleen echte leiders lopen niet hele wedstrijden naar hun roze schoenen te loeren, maar kijken voortdurend om zich heen, om te controleren of iedereen bij de les is. Overigens kijkt Milik zonder bal óók voortdurend om zich heen, let daar maar eens op. Maar met een ander doel. Hij doet het om te checken waar hij zich bevindt ten opzichte van tegenstander en medespelers. Daarmee wint hij tijd voor als de bal zijn kant op komt. Daar waar een enkele medespeler pas na vijf keer goedleggen voorzichtig om zich heen gaat kijken, als hij dan de bal nog heeft. Zo opvallend als Arek, zag ik dat eerder alleen Jari Litmanen en ook Dennis Bergkamp bij Ajax doen. Ik sluit niet uit dat Milik dat leerde van de assistent coach zelf, maar het kan ook zomaar natuurlijke aanleg zijn, die alertheid van een roofdier.

Terug naar Klaassen. Waar aanvoerder Moisander met onzekere ogen de pers te woord staat, omdat hij nog steeds moeite heeft het niveau wat Ajax voorstaat aan te pikken, daar is Davy Klaassen voor de camera’s nu al volkomen zichzelf. Met een dikke grijns kan hij lachen om zijn gemiste kansen. Hij vindt zo’n babbel na de wedstrijd zichtbaar leuk, komt met zinnige teksten en praat nu al als een betrokken en ervaren aanvoerder.

Misschien dat iemand eens voor Robin van Persie een DVD-tje van Davy’s interviews zou kunnen samenstellen? De vraag is alleen of Robin, die voor een camera praat met de aaibaarheid van een rol schuurpapier, deze oefenstof snel genoeg onder de knie zal kunnen krijgen. Het is namelijk een kwestie van tijd voordat Klaassen die aanvoerdersband ook in Oranje op natuurlijk wijze voor zich op gaat eisen.

Ron Schiltmans